Aug 232011
 

Dan Bejar | Amsterdam | 2011

Daniel Bejar is zo’n vijftien jaar actief in de muziek en zijn naam duikt op in de credits van een indrukwekkende lijst cd’s. Onder de naam Destroyer nam hij in deze periode maar liefst negen cd’s op. Daarnaast bracht hij albums uit met The New Pornographers en met zijn vrienden Spencer Krug van Sunset Rubdown en Carey Mercer van Frog Eyes. Toch blijft hij heel bescheiden over zijn kunnen. Als we het over films en muziek in films hebben, vraag ik hem of hij er ooit aan heeft gedacht om filmmuziek te schrijven. Bejar antwoord hij dat hij daar niet goed genoeg voor is. “Ik ben geen componist en ook geen goede muzikant. Ik ben meer iemand die goed is in het bij elkaar brengen van ideeën en muzikanten om die ideeën uit te werken. Ik ben dan ook afhankelijk van de mensen met wie ik samenwerk. De input van de andere muzikanten is van essentieel belang.”

Hoewel hij zichzelf geen goede muzikant vindt, heeft hem dat er niet van weerhouden zich met grootse plannen op de muziek te storten. Toen Bejar begon als muzikant maken zag hij het als zijn plicht om rock muziek te verbeteren door invloeden uit andere kunstdisciplines als literatuur en film in z’n liedjes te verwerken. “Ik vond rockmuziek zoals die was niet bevredigend en ik vond dat het mijn doel was om daar iets aan te veranderen. Maar ik heb gefaald,” vertelt Bejar lachend. “Je hebt een mooie uitdrukking die hier van toepassing is: een verloren zaak. Dat was dit plan ook. Het was bij voorbaat al gedoemd te mislukken, maar het hele idee stond me gewoon aan.”

Literatuur
Waarom is Bejar er niet in geslaagd elementen uit film en literatuur over te brengen in muziek? “Ik weet niet of dat wat een gedicht goed maakt, ook leidt tot een goede songtekst. En naarmate ik ouder ben geworden ben ik mijn idee steeds meer in twijfel gaan trekken.”
De omslag in zijn denken kwam toen Bejar begon met het schrijven van nummers voor Kaputt. “Het was niet echt bewust, maar ik begon me los te breken uit het stramien hoe ik tot dan toe over muziek dacht. Ik wilde mijn stem anders gebruiken, ik wilde zingen op een manier die meer doet denken aan mijn spreek stem, op een zachtere en nonchalantere manier. Dit had ook invloed op de teksten die ik schreef. Destroyer-muziek zat altijd bomvol woorden en de presentatie was wat theatraal. Daar hou ik nog steeds van, ik keer me ook absoluut niet af van mijn oude albums, maar ik voel me nu anders.”

Hoewel Bejar grote interesse heeft in literatuur en poëzie, leest hij de laatste jaren niet meer zoveel. “Ik las veel toen ik jonger was, maar naarmate ik ouder word, wordt m’n geest luier. Hij moet dan ook erg lang nadenken over welk boek hij als laatste heeft gelezen. “Volgens mij was dat A Sport and a Pastime, een roman van de Amerikaanse schrijver James Salter. Verder hou ik erg veel van de boeken van de Chileense schrijver Roberto Bolaño. Soms lees ik ook gedichtenbundels, maar die sla ik willekeurig open, lees wat en dan leg ik het weer weg. Ik onthoud ook niet altijd wat ik precies heb gelezen.”

Kunst
Wat opvalt aan de teksten van Bejar is de afwezigheid van verhaallijnen, vaak zijn het flarden en zinnen met een poëtische en ondoorgrondelijke inslag. Dit lokt veel luisteraars uit om de teksten te analyseren. Bejar moet daar niets van weten en bezweert dat hij dat zelf ook nooit doet als hij iets leest. “Daarom vind ik het ook maar niks als mensen dat met Destroyers teksten wel doen. Als ik een boek lees ben ik niet geïnteresseerd in wat er gebeurt, ik ben niet geïnteresseerd in de personages en ook niet in de psychologie. Ik geef niets om al die dingen die bedoeld zijn om de lezer geboeid te houden. Ik heb alleen maar oog voor de taal zelf. Als ik niet emotioneel wordt geraakt door de woorden, dan lees ik het boek ook niet uit.” De emotionele reactie die taal bij Bejar kan opwekken, omschrijft hij als een stomp in z’n maag. Hij moet dan letterlijk een boek even wegleggen om op adem te komen. “Het is een hele fysieke reactie op kunst en dat is wat ik met mijn muziek wil bereiken bij de mensen die ernaar luisteren.”

Een verklaring voor wat deze reactie precies uitlokt weet hij niet. “Als ik dat kon verklaren, dan kon ik je ook het hele mysterie van kunst uitleggen. Wat maakt kunst nou kunst? Ik weet niet wat het in taal is dat mij aanspreekt, maar ik weet wel dat ik geraakt wordt door schoonheid en door mensen die zich op een unieke en onderscheidende manier weten uit te drukken.”

Miami Vice
Behalve in literatuur is de half Spaanse Bejar ook geïnteresseerd in film. Hij noemt de films van Michael Mann (Heat, The Insider, Miami Vice) en Alan Rudolph, een regisseur van B-films waarvoor hij vaak wel bekende acteurs voor weet te strikken, als invloeden. Wat trekt hem aan in films van deze regisseurs? “Ik word een beetje verscheurd door mijn liefde voor klassieke Europese film en het werk van Amerikaanse regisseurs als Michael Mann. Ik zou zijn films niemand aanbevelen, maar ze spreken me aan. Toen ik Kaputt opnam, dacht ik veel aan ambientmuziek, maar wel binnen de grenzen van het pop genre. Volgens mij maakt Mann ambientfilms binnen de grenzen van populaire films. Hij maakt films voor een groot publiek, maar hij legt er iets speciaals in. Het zijn films met een scherp randje. Dat geldt ook voor Alan Rudolph. Ik heb al twintig jaar geen film van hem gezien, maar ik kan me herinneren dat ik ze leuk vond.” Bejar noemt nog een belangrijk aspect van de films en dat is de muziek die erin wordt gebruikt. “Deze twee regisseurs gebruiken ook elementen uit ambient en jazz in hun filmmuziek en dat spreekt mij aan. Toen ik aan Kaputt begon te werken, luisterde ik voor het eerst naar muziek zonder vocalen, naar filmmuziek, jazz en ambient.”

Maar er zijn ook meer commerciële popinvloeden te horen. Bejar vertelt dat hij voor het eerst in zijn muzikale leven het idee kreeg om een popplaat te maken. “Toen ik Kaputt aan het opnemen was, dacht ik veel na over de muziek waar ik als puber in de tweede helft van de jaren ’80 naar luisterde, maar waar ik schuldig over voelde. Toen ik twintig jaar geleden begon met muziek maken, heb ik popmuziek verworpen. Ik walgde ervan, maar nu kan ik naar een nummer van Style Council of Sade luisteren en er van genieten. Daarom wilde ik zelf proberen een popalbum te maken.”

Ander soort zanger
Deze terugblik op de tijd dat Bejar naar muziek begon te luisteren maakt Kaputt nog niet tot een nostalgische plaat, al zijn er onbewust wel flarden van jeugdherinneringen in de muziek verwerkt, zegt Bejar. “Mijn vader komt uit Spanje en in m’n jeugd bezochten we regelmatig zijn familie aan de Costa Brava. De hele zomer trok ik daar met m’n neefjes op en ik herinner mij die late jaren ’80 muziek die je in van die open air clubs hoorde. Dat was geen muziek waar ik een plaat van opzette, maar het zit wel in ergens in mijn geheugen en dat heb ik onbewust in mijn muziek verwerkt.”

Met de omarming van popmuziek, lijkt het alsof Bejar indie en rock de rug heeft toegekeerd, is dat ook zo? “Ik heb lange tijd geprobeerd een rock ‘n’ roll-zanger te zijn en ik denk dat een gepasseerd station is. Ik hou erg veel van rock ‘n’ roll, maar ik weet nog zo net niet of ik voorbestemd ben om een rockzanger te zijn. Ik wil nu een ander soort zanger zijn.”

Sorry, the comment form is closed at this time.