Jan 032011
 

Met een warrig kapsel en een grote zonnebril op z’n neus zit Jim Sclavunos een beetje in elkaar gedoken aan de bar van de hotellobby. Hij is zojuist met de rest van Grinderman vanuit Brussel in Utrecht aangekomen en de chauffeur brengt net de koffers binnen. De avond ervoor was het nogal laat geworden met de nodige drank, verklaart Jim de wat katerige toestand waarin hij zich nu bevindt. Maar dat weerhoudt hem er niet van direct enthousiast te vertellen over de jaren dat hij in Nederland heeft gewoond. ‘Ik heb begin jaren tachtig een aantal jaar in Nederland gewoond, in Eindhoven, Amsterdam en in Rotterdam. Dus ik voel mij hier wel thuis, al was Amsterdam een totaal andere stad dan nu. Wat minder conservatief, denk ik.’ Jim belandde in Nederland nadat hij trouwde met Truus de Groot, zangeres van de legendarische postpunkband Nasmak. ‘We hebben elkaar op tournee ontmoet. We hadden sex onder de wasbak op de hotelkamer en voor ik er erg in had was ze mijn vrouw, vertelt de boomlange Grieks-Italiaanse Amerikaan lachend.

Tegenwoordig is Jim vooral bekend als drummer en percussionist in The Bad Seeds en Grinderman, maar in de jaren ’80 speelde hij zich drie slagen in de rondte in de New Yorkse undergroundscene. Door menigeen wordt hij als een sleutelfiguur binnen de No Wave-stroming gezien. Zo speelde Jim met Lydia Lunch in Teenage Jesus and the Jerks en in 8-Eyed Spy. Ook is hij als drummer te horen op de Sonic Youth-plaat Confusion is Sex en heeft hij nog een tijdje in The Cramps gespeeld. En dit zijn nog maar een paar voorbeelden van de lange lijst bands met wie Sclavunos heeft gewerkt. “Indrukwekkend hè”, zegt Jim grijnzend. “Ik heb geen idee hoe ik dat heb klaargespeeld. En het zijn niet de minste bands, al heb ik ook in erg veel bands gespeeld die niet zoveel voorstelden.” Er is volgens Jim echter wel sprake van een vertekend beeld van de rol van deze bands in die tijd. ‘Neem Teenage Jesus & The Jerks. We waren een reactie op de punk en als punks verschoppelingen waren, dan waren wij de verschoppelingen van de verschoppelingen. We waren niet bepaald geliefd bij andere bands en niemand wilde ons laten spelen. De meeste bands hadden zoiets van ‘oh shit, niet die band, zij spelen de zaal leeg’ En dat deden we ook. Alleen Suicide liet ons als voorprogramma spelen. Het is dus best bizar dat mensen nu zo lovend zijn over Teenage Jesus & The Jerks en beweren dat we hen hebben beïnvloed. Want het was heel erg tijdgebonden en contextueel. We waren een reactie op wat er om ons heen gebeurde. Het was niet zozeer een muzikale ervaring, maar meer een bom die in je gezicht ontploft. Ik vind het dan ook moeilijk te begrijpen, dat als je daar geen deel van uit hebt gemaakt, je daarmee verbonden voelt.’

Inmiddels is Jim de vijftig ruim gepasseerd, maar dat betekent niet dat hij het rustiger aan doet dan in z’n jonge jaren. Naast zijn samenwerking met Nick Cave klust Jim bij als producer voor onder andere The Horrors en The Jim Jones Revue. Bovendien heeft Jim nog een eigen band, The Vanity Set. ‘Tja, The Vanity Set, dat is op dit moment niet meer dan een studioband. M’n bassist heeft de tubaspeelster bezwangerd, dus die haakten af. M’n drummer heeft een kind gekregen en is ook vertrokken. Bovendien werd m’n thereminspeler ook nog eens krankzinnig en die zit nu tijdelijk in een inrichting. In een maand tijd ben ik de halve band kwijt geraakt. Dus we zijn nu alleen nog maar in de studio bezig met opnemen.’

Wat is je drijfveer om je met zoveel dingen bezig te houden? Je hebt al zoveel gedaan, wat wil je nog bereiken?
‘Toen ik jonger was, was ik niet zo gedisciplineerd. Daar kwam verandering in toen ik tegen de veertig liep en bij The Bad Seeds terechtkwam. Pas toen verdiende ik voor het eerst m’n geld met muziek. Tot die tijd had ik allerlei andere baantjes nodig om met muziek bezig te kunnen zijn en ineens zat ik in de luxepositie dat ik me helemaal op muziek kon richten. Bovendien besef je dat als je ouder wordt, de tijd langzaam opraakt. Dus dan kun je maar beter haast maken en nog wat nieuwe dingen opstarten voor het te laat is. Dat kan ook omdat er geld voor is en ik me niet meer met andere zaken hoef bezig te houden naast muziek maken. Tegenwoordig is het allemaal een stuk goedkoper om zelf een plaat te maken, dus met een beetje geld kun je erg veel doen en dat maakt dat ik ook steeds meer wil doen.’

Maar heb je nooit het gevoel van ‘been there, done that?’
‘Dat gevoel had ik wel een tijdje. Ik vond m’n werk niet zo spannend meer. Maar ik realiseerde mij dat iedereen dat gevoel wel een keer heeft gehad. Waar het om gaat is hoe je ermee omgaat. Je kunt er voor kiezen je ergens in te interesseren of niet. Als je daar wel voor kiest, dan is het ook mogelijk om geïnteresseerd te blijven in waar je mee bezig bent. Kies je ervoor je niet meer ergens voor te interesseren, dan droog je langzaam op en raak je steeds minder geboeid door het leven en wat heeft het dan nog voor zin door te gaan? In die zin is interesse hebben in dingen bijna noodzakelijk om te kunnen overleven.’

Is Grinderman een manier om het interessant te houden voor jezelf?
‘Dat impliceert dat The Bad Seeds oninteressant begon te worden. Kijk, het begon als volgt. Nick deed al solo dingen met Warren Ellis. Daar zijn Martyn Casey en ik bijgekomen. Dit was een manier voor Nick om extra shows te kunnen doen zonder de hele band uit alle windhoeken van de wereld bij elkaar te halen. We speelden andere versies van Bad Seeds-nummers, maar gaandeweg raakten we geïnspireerd om andere dingen te doen. Op een gegeven moment hadden we het idee om met de band onder een andere naam verder te gaan, met eigen materiaal, in plaats van dat we Bad Seeds-covers aan stukken te scheuren met snoeiharde gitaren en feedback. Daar begonnen mensen namelijk over te klagen. We deden een tour in Duitsland en de bezoekers van die shows verwachtten een rustig avondje met Nick achter de piano. Maar in plaats daarvan werd hun hoofd van hun romp gescheurd omdat we anderhalf uur lang voluit aan het beuken waren. We realiseerden ons toen dat de verwachtingen van het publiek niet overeenkwamen met de manier waarop wij die nummers interpreteerden. Grinderman was een manier om aan te geven dat er een verschil is tussen wat we met The Bad Seeds doen en met en dit bandje. Het laat een andere kant zien van wat we als muzikant doen. Het is geen poging om nieuw leven in de band te blazen of een terugkeer naar onze jeugd of wat dan ook. Het is gewoon een andere manier om met muziek bezig te zijn. Als we jazzmuzikanten waren geweest en we hadden een trio gevormd in plaats van een septet, dan had niemand daar vragen bij gesteld.’

Je bevindt je nu in een meer comfortabele positie als muzikant en je kunt zo’n beetje alles doen en laten wat je wilt. Betekent dat ook dat je meer plezier hebt in muziek maken dan vroeger?
Jim antwoordt gedecideerd: ‘Nee.’ Om er vervolgens lachend aan toe te voegen ‘Ik heb er minder plezier in.’

Hoe komt dat?
‘Omdat plezier niet meer zo belangrijk is. Vroeger dacht ik dat als ik geen plezier had, er iets miste. Maar ik ben niet meer uit op plezier, ik wil dat de dingen die ik doe bevredigend zijn op de een of andere manier. Of beter, of anders en ik verwacht niet dat het een plezierig proces is. Ik wil ook niet dat het een pijnlijke aangelegenheid wordt, maar ik ben niet meer op zoek naar die kicks. Maar als het toevallig leuk blijkt te zijn, dan is dat natuurlijk mooi meegenomen.’

In een interview vertelde je dat je bezig was met je memoires, wanneer kunnen we die verwachten?
‘Dat was een grapje, maar wie weet begin ik er ooit wel aan.’

Wat zou er hoe dan ook in je memoires komen?
‘Ik weet het niet. Laatst las ik een uittreksel van die Keith Richards-autobiografie, waarin hij het heeft over hoe klein de lul van Mick Jagger is. Dat stoorde mij echt. Het deed afbreuk aan het beeld dat ik van Richards heb, omdat hij met zo’n voorbeeld er op uit lijkt te zijn z’n bandmaat voor schut te zetten. Ik vind dat zo onnodig.’

Dus in jouw memoires geen verhalen over…
‘…hoe klein de piemel van Nick is? Nee, dat bewaar ik wel voor de interviews. Hoe fascinerend mensen het ook mogen vinden, ik vind penislengte niet belangrijk genoeg om over te schrijven.’

Maar waarover wel?
‘Ik zal in ieder geval over de vroege New York-punkscene schrijven, want daar ligt nog een hoop onvertelde verhalen te wachten. Er liepen veel kleurrijke figuren rond and het was een erg interessante tijd. Er gebeurden heel veel dingen die ik toen voor vanzelfsprekend aannam, waarvan ik nu denk ‘wow, dat was eigenlijk heel bijzonder, had ik daar maar meer aandacht aan besteed’. Maar in die tijd gebruikte ik nogal veel LSD. Gelukkig zijn een aantal van m’n vrienden nog in leven, die kunnen me vast wel helpen de lege stukken in te vullen.’

Sorry, the comment form is closed at this time.