Nicky Wire | Amsterdam | 2011

Bij zijn verdwijning in 1995 liet Manic Street Preachers gitarist Richey Edwards een boekje met songteksten en schetsen na. Na jarenlang hier niets mee te hebben gedaan vonden de drie overgebleven bandleden in 2008 dat de tijd rijp was om op basis van deze teksten een plaat op te nemen. Een emotionele en moeilijke beslissing, maar volgens bassist Nicky Wire verliepen de opnamen voor Journal for Plague Lovers vrij gemakkelijk. De daaropvolgende tour was echter een ander verhaal:  ‘In de zes weken dat we aan Journal for Plague Lovers hebben gewerkt voelde het alsof we weer met z’n vieren waren. Het voelde alsof het 1994 was en niet 2008. Maar het was een hele moeilijke plaat om mee te touren, dat was emotioneel enorm belastend.’

Ondanks de zwaarbeladen tour had de band bij thuiskomst meer dan genoeg energie om vrijwel direct te beginnen aan een nieuwe plaat. Het resultaat is te horen op de nieuwe cd Postcards From A Young Man. De Manics trekken hierop de registers flink open met grootse refreinen, wervelende strijkarrangementen en vlammende gitaarsolo’s. Ook worden de nodige gasten uit de kast getrokken, zo wordt de band bijgestaan door een lokaal zangkoor en gastmuzikanten als Ian McCulloch, Duff McKagan en John Cale. Een heel verschil met de vorige cd, beaamt Wire. ‘Postcards From a Young Man voelt veel meer als de natuurlijke opvolger van Send Away The Tigers. Het klinkt fris en veel opgewekter, terwijl Journal for Plague Lovers te vergelijken is met ijskoude duisternis.’

Nostalgie
Maar dat betekent bij de Manic Street Preachers niet dat er geen ruimte is voor de nodige melancholie. Met het titelnummer “Postcards From a Young Man” kijken de veertigers terug op de periode dat ze net waren begonnen met de band. De afdrukken in het cd hoesje van door Wire verstuurde ansichtkaarten uit die tijd, maken het weemoedige beeld compleet. Wire knikt instemmend. ‘Het is inderdaad schaamteloos nostalgisch. Er is ook genoeg reden om terug te kijken als band. We brengen al bijna twintig jaar platen uit, de band bestaat nog steeds uit dezelfde mensen en we zitten ook nog bij hetzelfde label. Daar zijn we best trots op en het voelt echt alsof we iets speciaals hebben bereikt.’

Op zich mag het een klein wonder heten dat de Manic Street Preachers nog bij elkaar zijn. Na de verdwijning van gitarist en belangrijkste tekstschrijver Edwards dacht de band er serieus over na ermee te stoppen. Op aandringen van de familie Edwards zijn de drie overgebleven bandleden toch doorgegaan. Dat ze deze crisis hebben doorstaan en nog steeds bij elkaar zijn is mede te danken aan het feit dat ze elkaar al van kinds af aan kennen. ‘Ik ken geen andere band die zo close met elkaar is als wij. Ik ken James al sinds m’n vierde. We waren eigenlijk al een band voordat we muziek maakten. We waren geobsedeerd met elkaar. Hele dagen brachten we door op elkaars slaapkamers waar we Alan Ginsberg, Jack Kerouac en Philip Larkin lazen terwijl we naar The Clash luisterden.’

Politiek statement
Postcards From a Young Man draait echter niet alleen om nostalgie. Wire heeft met zijn teksten ook de ruimte genomen om z’n woede te ventileren. Zoals altijd is politiek een dankbaar onderwerp om z’n gal over te spuien. In het nummer “Golden Platitudes” trekt Wire fel van leer tegen New Labour die haar idealen heeft verkwanseld en de werkende klasse in de steek heeft gelaten. De Manic Street Preachers laat hiermee graag blijken dat ze hun wortels in het arbeidersmilieu niet zijn vergeten en nog steeds aan de kant van de underdogs staan. ‘We groeiden op in een klein mijnstadje in Wales in de tijd dat Thatcher aan de macht was. Dat was een dramatische periode voor de mijnbouw. De omgeving en de periode waarin we opgroeiden heeft ons gevormd tot wie we zijn. Het heeft ons een zekere boosheid gegeven die ons nog steeds gaande houdt. Haat en boosheid is altijd onze grootste inspiratiebron en drijfveer geweest. Soms voelt het zelfs als een mislukking als we niet boos genoeg zijn.’

De Manics hebben hun sympathie voor links nooit onder stoelen of banken gestoken en zijn ook niet vies zijn van een politiek statement. Zodoende gaf het drietal tien jaar geleden een show op Cuba. Dat ene optreden in het Karl Marx Theater in Havana heeft de band een half miljoen pond gekost, maar Wire vertelt dat hij het niet had willen missen. ‘Het was niet ons doel om te laten zien dat het communisme als geheel zo geweldig is, maar we wilden de aandacht vestigen op een aantal zaken die wel goed geregeld zijn, zoals onderwijs en gezondheidszorg. Die is fantastisch, de levensverwachting van Cubanen ligt ook hoger dan van Amerikanen.’ Maar de meeste indruk maakten de bezoekers van de show, vertelt Wire. ‘De reactie van die mensen, 5000 man die uit hun dak gaan en zich bevrijd voelen door anderhalf uur rock muziek. Dat zal me altijd bijblijven.’ Van kritiek op dit optreden heeft de band zich nooit wat aangetrokken. ‘Als je gaat moraliseren in welk land je wel en niet zou kunnen spelen, dan zou ik soms niet eens in m’n eigen land willen spelen. Uiteraard zijn er een paar landen waar we echt nooit zouden spelen, maar als je begint met moraliseren, eindig je altijd als een hypocriet.’

Internet
Maar er zijn naast politiek nog genoeg andere zaken om boos over te worden. ‘Absoluut!’, zegt Wire, ‘Wat ik van de huidige generatie bands niet begrijp is dat ze blijkbaar niet over de dingen willen schrijven die er gaande zijn.’ Een voorbeeld daarvan zijn technologische ontwikkelingen en met name internet. Daarin ziet Wire een aantal negatieve ontwikkelingen die hij onder de aandacht wil brengen met het nummer “A Billion Balconies Facing The Sun”. Dat lijkt in eerste instantie een opvallend standpunt, zeker in het licht van de gebeurtenissen in het Midden Oosten waarbij internet een cruciale rol speelde in de opstand tegen de dictatoriale regimes. Burgers zijn door het internet niet meer afhankelijk van de staat voor hun informatievoorziening en door internet konden de demonstranten zich makkelijk mobiliseren en organiseren. Dat moet een politiek bewuste band als de Manic Street Preachers toch aanspreken? ‘Dat is inderdaad een positief aspect van internet. De informatie die mensen via internet tot zich nemen zorgt ervoor dat ideeën kunnen gisten, maar uiteindelijk is de revolutie tot stand gekomen door fysieke kracht, door mensen die de straat op zijn gegaan en zich in levende lijve verzamelden op een plein. Het zal denk ik altijd de fysieke inzet van mensen zijn die verandering teweegbrengt.’

Wire doelt met dit nummer vooral op de gevolgen die de ontwikkeling van internet heeft op muziek als kunstvorm. ‘Ik vind het tragisch dat veel dingen waar we belang aan hechten door internet zijn weggevaagd. Daar word ik boos om. Muziek zal nooit meer dezelfde betekenis hebben als vroeger door illegaal downloaden en muziek die voor niks wordt weggegeven.’ Wire ziet geen bewijs dat internet een beginnende band ook kan helpen aan een groter publiek en meer concertbezoekers, juist door muziek weg te geven. ‘Dat werkt niet, op een gegeven moment zullen ze zich realiseren dat ze niet kunnen overleven omdat die bands geen inkomsten hebben. Niemand wil een album van je kopen als je ze eerst gratis weggeeft. Ik kan geen band bedenken die dankzij internet een carrière heeft weten op te bouwen. Arctic Monkeys misschien, maar verder geloof ik niet dat bands het op deze manier net zoals wij kunnen volhouden en tien albums kunnen uitbrengen.’ In de tijd dat de band een platencontract tekende was de situatie een stuk rooskleuriger voor bands, vertelt Wire. ‘We hadden geluk. We verkochten miljoenen cd’s en daar verdienden we veel geld mee. En als we gingen touren kregen we van ons platenlabel flink wat geld mee. Nu is dat wel anders. We hebben nu twee uitverkochte shows in Hamburg en in Amsterdam, dat is heel leuk, maar we moeten er wel geld op toeleggen. Voor ons is dat prima, dat maken we met de shows in Engeland wel weer goed, maar je kunt van een jonge band niet verwachten dat ze alles voor niks doen. Dat is niet eerlijk.’

Interview: Manic Street Preachers